TOESTEL VOOR HET VULLEN VAN EEN LUCHTDICHTE ZAK MET ELEMENTEN GEDRAGEN DOOR EEN STROOM GEGENEREERD DOOR EEN UITRUSTING
Het toestel volgens de uitvinding heeft betrekking op een toestel voor het vullen van een hermetische zak met elementen die gedragen worden door een stroom die gegenereerd wordt door een uitrusting, waarbij dit toestel een stijve structuur omvat, verbonden met de onderhavige uitrusting, die in de hermetische zak wordt ingebracht en de voornoemde hermetische zak ondersteunt, waarbij de voornoemde stijve structuur het mogelijk maakt om het interne volume van de voornoemde zak te verdelen in een compartiment bedoeld om te worden gevuld met de elementen en een compartiment bedoeld om de lucht af te voeren die de elementen draagt, waarbij de vulling van de hermetische zak bijdraagt tot de vorming van de twee voornoemde compartimenten.
Het wordt in het bijzonder gebruikt op toestellen die plantaardig afval produceren en/of verzamelen, zoals grasmaaiers.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een toestel voor het vullen van een luchtdichte zak met elementen die gedragen worden door een stroom die door een uitrusting wordt gegenereerd. Het wordt in het bijzonder, maar niet uitsluitend, gebruikt op toestellen die plantaardig afval produceren en/of verzamelen, zoals grasmaaiers.
In het algemeen wordt plantaardig afval verzameld in permeabele recipiënten, bakken of zakken, waarna dit afval overgeheveld moet worden in zakken of vuilnisbakken die meegenomen worden door de huisafvaldiensten. Niettemin blijkt dat dit overhevelen vaak moeilijk is, aangezien de bakken zwaar en moeilijk te manipuleren zijn.
Een oplossing bestaat erin om de voornoemde zakken die meegenomen worden door de huisafvaldiensten, direct te gebruiken. Deze laatste zijn meestal echter luchtdicht: de lucht die gemengd wordt met het afval, wordt niet afgevoerd, wat leidt tot zakken die gedeeltelijk gevuld zijn met afval.
Bekend is ook het document US- 6810652 dat een recipiënt beschrijft dat op afneembare wijze wordt bevestigd aan een grasmaaier om het gras, de bladeren en het plantaardige afval op te vangen in een vergaarzak voor eenmalig gebruik.
De uitvinding heeft als doelstelling om deze ongemakken op te lossen.
Hiertoe stelt het een toestel voor, voor de vulling van een zak met elementen die gedragen worden door een stroom die gegenereerd wordt door een uitrusting, waarbij dit toestel een stijve structuur omvat, verbonden met de onderhavige uitrusting, die in de zak wordt ingebracht en de voornoemde luchtdichte zak ondersteunt, waarbij de voornoemde stijve structuur het mogelijk maakt om het interne volume van de voornoemde zak te verdelen in een compartiment bedoeld om te worden gevuld met de elementen en een compartiment bedoeld om de lucht af te voeren die de elementen draagt, waarbij de vulling van de zak bijdraagt tot de vorming van de twee voornoemde compartimenten.
De voornoemde stijve structuur omvat ten minste twee panelen die een gemeenschappelijke zijde hebben en onderling loodrecht zijn, namelijk een eerste paneel voor de toevoer van een stroom lucht/elementen omvattende een opening en waarop de zak gedeeltelijk wordt bevestigd om het voornoemde vulvolume te vormen, en een tweede paneel voor de afvoer van een luchtstroom dat wordt ingebracht in de zak omvattende openingen die zo zijn gevormd, dat ze de afvoer toelaten van de voornoemde luchtstroom van het vulvolume in het afvoervolume van een zak, terwijl de doorgang van elementen verhinderd wordt.
Het tweede paneel in combinatie met de zak maakt het mogelijk om het vulvolume en het afvoervolume te creëren.
Uiteraard is het toestel volgens onderhavige uitvinding bijzonder nuttig bij het gebruik van een luchtdichte zak, maar het gebruik van een permeabele zak kan eveneens overwogen worden.
De voornoemde structuur kan bovendien minstens één klep omvatten die de stroom lucht/elementen die in het vulvolume binnenkomen, richt om de vulling van de zak te optimaliseren.
Volgens een eerste variant, kan het voornoemde toestel klopmiddelen omvatten die extern zijn aan de zak, in het voorste deel van het vulvolume, om de verpakking van de elementen te verbeteren terwijl het dichtstoppen van de opening van het ingangspaneel voor de luchtstroom/elementen verhinderd wordt. Voornoemde klopmiddelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een flexibel blad met een stuit aan elk van zijn uiteinden en met aandrijvers. Deze aandrijvers kunnen de wielen van het toestel omvatten.
Ze kunnen ook aangedreven worden door de helling van het toestel in de bochten of handmatig, door een actie op een pedaal of met de hand. Volgens een tweede variant kan het voornoemde toestel klopmiddelen omvatten, volledig of als deel van een leiding, met als functie het aanvoeren van de stroom lucht/elementen in de zak. Zo verhinderen de voornoemde klopmiddelen dat de leiding verstopt raakt door het losmaken en vervolgens weer inbrengen van de elementen in de luchtstroom.
Voornoemde elementen kunnen in het bijzonder afval, fruit, sneeuw, zand zijn.
Het voornoemde vulvolume kan gesloten worden met behulp van bevestigingsmiddelen voor de zak die op de structuur geplaatst zijn.
Het voornoemde eerste paneel kan in een verticaal vlak gesitueerd zijn.
Het voornoemde tweede paneel kan in een horizontaal of verticaal vlak gesitueerd zijn.
Het tweede paneel kan bijvoorbeeld rechthoekig, trapeziumvormig, half cirkelvormig of half ovaal zijn.
De voornoemde minstens één klep kan bevestigd worden op één of beide panelen, volgens de overlangse en/of dwarse as van de structuur, door een hoek te vormen met het paneel zodat de stroom lucht/elementen naar de bodem van het vulvolume van de zak gericht wordt en waarbij deze hoek kleiner wordt naarmate de zak gevuld wordt.
Minstens één van voornoemde kleppen kan openingen hebben, om de circulatie van de luchtstroom te verbeteren.
Voornoemde minstens één klep kan zich aan weerskanten van minstens één paneel uitstrekken, zodat een deel aan de binnenzijde van het vulvolume zit en één deel aan de buitenzijde van het vulvolume. Een dergelijke constructie verhoogt de hoekmassa en de hoekinertie van voornoemde minstens één klep door de vermindering en zelfs de opheffing te stimuleren van een beweging van de balans van voornoemde minstens één klep in het geval van projectie(s) op deze laatste. De voornoemde klep is immers een toestel ter bescherming tegen projectielen, en vervolgens vervangt het gras de klep naarmate de zak gevuld wordt. Wanneer verschillende projectielen tegen de voornoemde klep kloppen, wordt de hoek met het tweede paneel kleiner in een mate die kan zorgen, in geval van een te zwakke hoekinertie ten opzichte van de kinetische energie van de projectielen, voor een traject van de voornoemde projectielen in een rechte lijn, tussen de leiding met als functie het aanvoeren van de stroom lucht/elementen in de zak en de buitenzijde, door de zak heen, waardoor het risico ontstaat dat een individu gekwetst raakt. Trouwens, het deel van voornoemde minstens één klep aan de buitenzijde van het vulvolume van de zak, kan zichtbaar zijn voor de gebruiker. Wanneer de zak zo gevuld wordt, neigt de klep naar een horizontale positie en het buitenste deel van de voornoemde klep geeft door een dergelijke positie aan te nemen aan dat de zak vol is.
De voornoemde minstens één klep kan een beschermingsfunctie omvatten en toelaten om de rechtlijnige baan van elementen die de zak kunnen doorboren, te wijzigen.
In zijn beschermende functie kan de klep vervangen worden door een externe draad met geweven maas.
Een beschermpaneel kan eveneens onder de zak geplaatst worden, om die te beschermen tegen scheuren.
Volgens een derde variant, kan het toestel bijkomende of laterale panelen omvatten die zich loodrecht uitstrekken op de eerste en tweede panelen en die een gemeenschappelijke zijde hebben met elk van de voornoemde eerste en tweede panelen, waarbij deze panelen toelaten om de voornoemde structuur te versterken.
Voornoemde bijkomende panelen kunnen minstens één klep omvatten die de stroom lucht/elementen stuurt.
Voornoemde bijkomende panelen kunnen een afgeschuinde vorm hebben. Elk bijkomend paneel kan een tweede parallel paneel omvatten dat bevestigingsmiddelen voor de zak omvat, zodat die een V of een U vormt waarvan de top zich aan de zijde van het afvoervolume bevindt zodat afvoerkanalen voor de luchtstroom gevormd worden en de bevestiging van de zak op de structuur en/of de uitrusting te vergemakkelijken en bij te dragen tot zijn dichtheid door te spelen op de elasticiteit van deze beide panelen.
De voornoemde afvoerkanalen van de luchtstroom kunnen openingen voor de afvoer van de stroom hebben.
De middelen voor de bevestiging van de zak op de structuur kunnen een kraag hebben aan de rand van het ingangspaneel van de stroom lucht/elementen waarop de boord van de zak wordt aangebracht, eventueel met een elastische verbindingen of een voorziening om de boord van de zak vast te klemmen op de voornoemde kraag.
Het toestel volgens de uitvinding kan middelen omvatten om de luchtstroom die uit het afvoervolume gaat, naar de grond te leiden om de projectie van deeltjes die nog aanwezig zijn in voornoemde luchtstroom, te vermijden. Het toestel volgens de uitvinding kan middelen omvatten om de luchtstroom die uit het afvoervolume komt, te geleiden zodat de voornoemde stroom aangezogen, gerecupereerd wordt in de snijkamer van een uitrusting als een grasmaaier. De voornoemde middelen om te geleiden laten toe om de vervuiling van het omliggende milieu met het niet gefilterde residu te vermijden, in het bijzonder de verstrooiing van grassen, ongeacht het gaat om het vermijden van hun verspreiding of om gezondheidsgerelateerde risico's, zoals allergene risico's.
Voornoemde bevestigingsmiddelen van de zak kunnen ten minste één haak omvatten.
Volgens een variant kunnen voornoemde bevestigingsmiddelen zich op de voornoemde bijkomende panelen bevinden. Voornoemde klemming van de rand van de zak kan worden uitgevoerd bij de montage van het toestel op een uitrusting.
De montage van het toestel volgens de uitvinding op een uitrusting kan uitgevoerd worden met middelen die overeenstemmen met de geldende normen voor de voornoemde uitrusting.
Voornoemd toestel kan bijvoorbeeld middelen omvatten om twee types van standen aan te nemen ten opzichte van een uitrusting waarop het gemonteerd is: een gebruiksstand, waarbij voornoemd tweede paneel zich in een horizontaal vlak bevindt, en een stand die zowel een opbergstand is als een stand waarmee een zak op het toestel geïnstalleerd kan worden, waarbij het voornoemde tweede paneel zich dan weer in een horizontaal vlak bevindt na een rotatie van bij benadering + of - 180°, dat wil zeggen dat het omgekeerd is ten opzichte van zijn gebruiksstand, waarbij de exacte draaihoek afhankelijk is van de vorm van de motor die dienst doet als stuit.
De opbergstand laat toe om het vloeroppervlak te verminderen. De overgang van de ene stand naar de andere, bijvoorbeeld door rotatie rond een horizontale as waardoor voornoemde uitrusting verbonden kan worden met het toestel volgens de uitvinding, kan vergemakkelijkt worden doordat het toestel bestaat uit een verbonden geheel.
Het toestel volgens de uitvinding kan bovendien een beschermpaneel omvatten dat zich onder een zak bevindt om deze te beschermen tegen scheuren.
Wanneer voornoemd toestel in de opbergstand geplaatst wordt, kan het beschermpaneel draaien om een horizontale as ter afsluiting van een leiding die de uitgaande stroom lucht/elementen uit een snijkamer in voornoemd toestel leidt, om de toegang tot de bladen van de snijkamer te beschermen en zo in alle veiligheid een omkering in de opbergstand mogelijk te maken. Voornoemde uitrusting kan in het bijzonder een grasmaaier, een ontginningsmaaier, een maaimachine, een scarificator, een hakselaar, een stofzuiger, een vruchtencollector zijn.
De uitvoeringswijzen van de uitvinding worden hieronder beschreven, als niet-beperkende voorbeelden, met verwijzing naar de tekeningen in de bijlage waarin:
De figuren 1a en 1b voorstellingen zijn van respectievelijk de voorzijde en de zijkant van een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding;
Figuur 2 een voorstelling is van een grasmaaier uitgerust met een toestel volgens de uitvinding omvattende klopmiddelen.
Figuur 3 een perspectiefweergave is van een tweede uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding, omvattende bijkomende panelen;
Figuur 4 een voorstelling is van een variant van figuur 3 die de kleppen weergeeft;
Figuur 5 een voorstelling is van een derde uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding;
Figuur 6 een voorstelling is van een haak uit figuur 5;
Figuren 7a, 7b, 7c voorstellingen zijn van de werking van de externe klopmiddelen van een zak;
Figuur 8 een voorstelling is van een vierde uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding; figuur 9 een doorsnede is volgens een overlangs vlak van een vijfde uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding, met een klep op het ingangspaneel van de stroom lucht/elementen;
Figuren 10a en 10b voor- en zijaanzichten zijn van een zesde uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding, met verschillende kleppen op het ingangspaneel van de stroom lucht/elementen;
Figuur 11 een voorstelling is van een zevende uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding;
Figuur 12 een zijaanzicht is van een grasmaaier uitgerust met een variant van het toestel uit figuur 3;
Figuur 13 een zijaanzicht is van een zitmaaier uitgerust met een toestel volgens de uitvinding omvattende klopmiddelen.
In het voorbeeld van figuren 1a en 1b omvat het toestel volgens de uitvinding een structuur 1 omvattende twee panelen met rechthoekige vorm die onderling loodrecht staan, een ingangspaneel van een stroom lucht/elementen 2 in een verticaal vlak, een uitgangspaneel van een luchtstroom 3 in een horizontaal vlak, waarbij één van de overlangse zijden van paneel 2 gemeenschappelijk is aan één van de dwarse zijden van paneel 3.
Het toestel volgens de uitvinding omvat zo een vulvolume 4 dat enerzijds begrensd wordt door de panelen 2 en 3 en anderzijds door de wanden van de zak en een volume voor de afvoer van de luchtstroom 5 begrensd door paneel 3 en de wanden van de zak.
Paneel 2 heeft een opening 6 om de ingang van de stroom lucht/elementen toe te laten. Het omvat ook op zijn drie zijden die niet gemeenschappelijk zijn aan paneel 3, bevestigingsmiddelen voor een opvangzak 8 van elementen omvattende een uitspringende kraag 7.
Te noteren valt dat de kraag niet uitspringend kan zijn en dat meer in het algemeen de voornoemde bevestigingsmiddelen op minstens één van de zijden kunnen voorkomen.
De zak kan gemaakt zijn van een recyclebare materie of van een materie met een zekere soepelheid en/of elasticiteit.
Paneel 3 omvat in het deel dat tegenover paneel 2 ligt (er het verste van verwijderd is) openingen 9 die bedoeld zijn voor de afvoer van de lucht in de zak 8 met de stroom lucht/elementen.
Deze openingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een raster dat geïntegreerd is in het paneel of uit directe doorboringen van het paneel.
Te noteren valt dat het paneel 3 eveneens een rol speelt bij het in de gebruiksstand houden van de zak.
Bovendien scheidt het de vul- en afvoervolumes en draagt de vulling van de zak bij tot de dichting tussen voornoemde volumes, de zak komt onder invloed van het gewicht van de elementen in contact met de randen van paneel 3.
Bovendien kunnen deze hoeken bijvoorbeeld afgerond worden om de zak niet de scheuren, of kan de vorm elke andere vorm hebben die verenigbaar is met het invoeren in de zak, zoals trapeziumvormig, half cirkelvormig of half ovaal.
Een klep 10 met rechthoekige vorm, met één zijde bevestigd ter hoogte van de voorzijde van paneel 3 en met de tegenoverliggende zijde vrij gericht naar de achterzijde van paneel 3, waarbij de klep 10 en het paneel 3 een hoek van maximum 90° vormen. Deze klep richt de stroom lucht/elementen en wijzigt de baan van de elementen die de zak kunnen doorboren en absorbeert tegelijkertijd de kinetische energie van voornoemde elementen. De hoek die gevormd wordt door klep 10 met het paneel 3 wordt kleiner naarmate de voornoemde zak gevuld wordt volgens pijl A weergegeven in figuur 1b, waarbij de absorptie van de kinetische energie dan uitgevoerd wordt door de opgehoopte elementen.
De klep kan een ander vorm hebben, voor zover haar functie vervuld wordt.
Het toestel omvat ook externe klopmiddelen omvattende twee nokken 11, elk gemonteerd op één van de achterwielen 12 van een uitrusting zoals een grasmaaier T (figuur 2). Elke nok 11 drijft een horizontale as 13 aan met als uiteinde een verticale as 14 waarop het uiteinde van een flexibel blad 15 gemonteerd is dat de twee verticale assen 14 verbindt, waarbij de afmetingen van deze assen toelaten om het flexibele blad 15 onder het voorste deel van zak 8 te plaatsen.
Het zo beschreven voorwerp wordt vastgemaakt aan de achterzijde van grasmaaier T volgens de normen bepaald door de producent, ter hoogte van paneel 2, zodat de opening 6 zich tegenover de uitgang van het plantaardige afval van de grasmaaier bevindt. Zo verdwijnt de stroom lucht/afval in de opening voordat hij door klep 10 naar het achterstuk van de zak wordt gericht: de stroom zal op de wanden van de zak stoten op het niveau van het achterstuk, met afzetting van het afval en vervolgens de afvoer van de lucht via de openingen 9.
Tegelijkertijd, terwijl de grasmaaier rijdt, slaat het flexibele blad 15 tegen de zak 8 ter hoogte van de voorzijde om de invoering van een grotere hoeveelheid afval mogelijk te maken en het dichtstoppen van de opening 6 te verhinderen.
Figuur 3 illustreert een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding waarbij de structuur 1 naast de ingangs- 2 en uitgangspanelen 3 bijkomende afgeschuinde panelen 16 en 16' omvat die zich in de verticale vlakken bevinden, loodrecht op ingangspaneel 2 en op uitgangspaneel 3 om de voornoemde structuur 1 te versterken. Elk bijkomend paneel 16, 16' omvat een tweede parallel paneel 17, 17' omvattende bevestigingsmiddelen F voor de zak, zodat die een V vormt waarvan de top zich aan de zijde van het afvoervolume bevindt om kanalen 18, 18' voor de afvoer van de luchtstroom te vormen, waarbij de voornoemde kanalen 18, 18' en het volume voor de afvoer van de luchtstroom 5 een uniek kanaal voor de afvoer van de voornoemde stroom vormen.
Te noteren valt dat de bevestigingsmiddelen F zich op het ingangspaneel 2 kunnen bevinden, bijvoorbeeld aan de uiteinden van zijn bovenste zijde.
De panelen 17, 17' in figuur 3 zullen voordelig het in positie houden van de zak stimuleren. De relatieve elasticiteit die toe te schrijven is aan hun vorm, veroorzaakt immers een vasthouden van de zak dat versterkt kan worden door het klemmen van de zak tussen de naaf aan de binnenzijde van de wielen en de voornoemde panelen 17, 17' of een wikkeling van de zak op de panelen 17, 17' of nog het perforeren van de zak door vooruitspringende stukken van verschillende vormen op de voornoemde panelen.
Figuur 4 is een voorstelling van een variant van figuur 3 met als bijkomende panelen uitsluitend de panelen 16, 16' die het gebruik illustreert van twee flexibele kleppen 19, 20 die zich elk op één van de bijkomende panelen bevinden, waarbij de eerste 19 gericht is volgens de overlangse as van de structuur 1, en de tweede 20 gericht is volgens de dwarse as van de structuur 1.
Figuur 5 illustreert een variant van het toestel volgens de uitvinding waarin een grasmaaier T' het voornoemde toestel integreert. Deze grasmaaier omvat een dragend chassis 21 voorzien van een aandrijvingsmotor 22, twee voorwielen 23, twee achterwielen 24 die eventueel aandrijvend zijn en een centraal snijcarter 25 waarin ten minste twee draaiende bladen 26 gemonteerd zijn rond een as 27 die loodrecht op de grond staat. Deze twee bladen genereren een lucht- en afvalstroom die radiaal afgevoerd wordt, onder invloed van een middelpuntvliedende kracht in de richting van een opening 28 waarop het toestel volgens de uitvinding rechtstreeks gemonteerd is. Te noteren valt dat het toestel onrechtstreeks op voornoemde opening 28 gemonteerd kan worden. Deze grasmaaier T' omvat ook een beschermkap 29 boven de uitgangsopening 28 van de stroom lucht/afval van grasmaaier T'. Deze kap beschermt de gebruiker wanneer het toestel en de zak niet geïnstalleerd zijn: indien nodig absorbeert hij de kinetische energie van de projectielen terwijl hij ze naar de grond afleidt.
Deze kap is gemonteerd op een as 30 loodrecht op de overlangse as van de grasmaaier. Wanneer hij draait, wordt hij tegengehouden door een veer, niet afgebeeld, die zich op as 30 bevindt en die hem in de dichtgeklapte positie terugduwt door een kracht uit te oefenen op het toestel, zodat de boord van de zak op de grasmaaier geklemd wordt. Deze positie van de kap ten opzichte van het toestel is gunstig voor de dichtheid van de afvoer- en vulcompartimenten wanneer het vullen van de zak nog niet gestart is.
De bevestigingsmiddelen van het toestel volgens de uitvinding omvatten twee haken 31 die zich aan elke uiteinde bevinden van de bovenrand van het ingangspaneel 2' van de stroom lucht/afval (Figuur 6).
Deze haken worden vastgehaakt op de as 30 van de beschermkap. De verbinding haken/as geeft de haken een zeker vrijheid van rotatie rond de as (pijl B) en van verschuiving volgens de pijlen C, ter bevordering van de parallelle verplaatsing van het ingangspaneel 2' dat steunt op de opening 28 voor de uitgang van de stroom lucht/afval van de grasmaaier, zodat een contact verzekerd wordt, en meer precies een klemming (pijl D) van de rand van de zak die zich tussen paneel 2' en de grasmaaier bevindt.
Een ander extern klopmiddel aan de zak kan omvatten (Figuren 7a-c):
- op elk achterwiel een uitsteeksel parallel met de rolas van het wiel, een excentriek 32, 32' vormend waarbij de positie van elke excentriek met bijvoorbeeld 180° verschoven is ten opzichte van de ander,
- een blad 33 in zijn centrum verbonden met een pen 34 die eventueel bevestigd is aan de onderste rand van het paneel voor de ingang van de stroom lucht/elementen, gesitueerd in een horizontaal vlak ter hoogte van de as van de wielen, - twee stuiten 35, 35' die zich elk aan één van de uiteinden van de onderste rand van het ingangspaneel van de stroom lucht/elementen bevinden.
De werking van het klopmiddel is een opeenvolging van cycli, waarbij elke cyclus als volgt verloopt: de energie die geaccumuleerd wordt tijdens elke flexie ter hoogte aan één zijde van het blad wordt doorgestuurd naar de andere zijde van het blad wanneer dit vrijgemaakt wordt, waardoor de zak geslagen wordt op het niveau van zijn onderste voorstuk, om de elementen naar het achterste deel van de zak te verplaatsen.
De uitvinding beperkt zich niet tot de eerder beschreven voorbeelden. Het paneel voor de uitgang van de luchtstroom kan immers verschillende standen hebben ten opzichte van het paneel voor de ingang van de stroom lucht/elementen. Bovendien kunnen één of meer flexibele en/of niet flexibele kleppen zich op het paneel voor de ingang van de stroom lucht/elementen bevinden.
Figuur 8 illustreert een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding waarbij het paneel voor de afvoer 36 van de luchtstroom zich in een verticaal vlak bevindt loodrecht op het ingangspaneel 2.
Figuur 9 illustreert een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding gezien in doorsnede volgens een overlangs vlak waarbij de klep 37 die de stroom lucht/elementen richt, zich op het ingangspaneel 2 bevindt.
De figuren 10a en 10b illustreren een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding waarbij het ingangspaneel 2 verschillende kleppen bevat, waarbij de kleppen 38 die zich in het bovendeel van het paneel 2 bevinden naar de binnenzijde van de zak en naar boven gericht zijn, en de kleppen 39 die zich in het onderste deel van het paneel 2 bevinden naar de binnenzijde en naar beneden gericht zijn.
Figuur 11 illustreert een uitvoeringswijze van het toestel volgens de uitvinding waarbij de kleppen heel korte bladen 40 zijn die volgens een dwarse as op de uitvinding bevestigd zijn. Figuur 12 stelt een variant voor van het toestel in figuur 3 waarin de panelen 17, 17' respectievelijk verlengd worden door leiplaten 41, 41' die ten minste op het niveau van hun bovenste deel 42 verbonden zijn, bijvoorbeeld door een paneel dat niet zichtbaar is op de figuur, zodat ze een leiding 44 vormen die de uitgaande luchtstroom en de deeltjes die deze bevat naar de grond leidt (het paneel 17' en de leiplaat 41' die ermee overeenstemt, zijn niet zichtbaar op figuur 12).
Meer precies wordt de luchtstroom in deze variant gekanaliseerd naar de ingang (pijl E) van de snijkamer 45 waar hij wordt aangezogen.
Het valt te noteren dat elk paneel 41, 41' een element van het toestel volgens de eigenlijke uitvinding kan vormen, dat wil zeggen één enkel paneel met een paneel 17, 17' of nog een element van de uitrusting vormen waarop het toestel volgens de uitvinding gemonteerd is.
Voornoemd toestel omvat ook een beschermpaneel 46 dat onder een zak 47 geplaatst wordt om deze te beschermen tegen scheuren.
Het toestel omvat nog de klopmiddelen zoals deze beschreven bij figuren 7a tot 7c. Bovendien stellen minstens de uitsteeksels 32, 32' op de wielen een slagmachine in werking die minstens bestaat uit het onderste deel 481 van een leiding 48 die de stroom lucht/elementen van de snijkamer 45 naar het toestel volgens de uitvinding leidt om de verplaatsing van de elementen van de stroom lucht/elementen naar het vulvolume te bevorderen.
Tot slot omvat het voornoemde toestel een klep 49 die zich uitstrekt over het paneel 3 en de zak 47, zodat haar deel 50 dat zich dan aan de buitenzijde van het vulvolume en de zak bevindt, zichtbaar is voor de gebruiker. Een dergelijke vorm van de klep heeft twee voordelen: - een stabilisering van de klep bij projecties,
- een indicatie van de vulling van de zak. Wanneer de zak gevuld wordt, gaat de klep volgens pijl F naar een horizontale stand. Zo wordt het maaien gestopt voordat de leiding 48 volledig gevuld is en de gebruiker de handen in de voornoemde leiding 48 moet steken om die leeg te maken, met het risico zich te snijden.
Het voornoemde toestel kan twee types van standen hebben: een gebruiksstand, waarbij paneel 3 zich in een horizontaal vlak bevindt, en een niet afgebeelde stand voor het opbergen en het installeren van een zak op het toestel, waarbij het voornoemde paneel 3 dan omgekeerd is na een rotatie van 180°.
De overgang van de ene stand naar de andere gebeurt bijvoorbeeld door rotatie van het toestel volgens de uitvinding rond een horizontale as 51.
Te noteren valt dat wanneer het toestel in de opbergstand geplaatst wordt, het beschermpaneel 46 om een horizontale as 52 draait ter afsluiting van een leiding 48 die de uitgaande stroom lucht/elementen uit de snijkamer 45 in voornoemd toestel leidt, om de toegang tot de bladen van de snijkamer 45 te beschermen en zo in alle veiligheid een omkering in de opbergstand mogelijk te maken. As 52 is uiteraard niet nodig in geval van een vast systeem.
Figuur 13 stelt een zitmaaier voor, voorzien van een toestel volgens uitvinding 53.
Dit toestel omvat bovendien externe klopmiddelen van een zak 54 en een leiding 55 die de uitgaande stroom lucht/elementen uit de snijkamer 56 naar het toestel volgens de uitvinding leidt.
Deze klopmiddelen omvatten in het bijzonder uitsteeksels 57 en een blad 58, respectievelijk analoog op de uitsteeksels 32 en het blad 33 van het voorbeeld in de figuren 7a tot 7c en ze omvatten bovendien een klopmiddel dat analoog is aan dat van figuur 12, dat wil zeggen bestaand uit een deel van de leiding 55.
Van de vele voordelen van het hierboven beschreven toestel, zijn de volgende te onthouden:
- een optimale vulling van de zak,
- een beveiliging tegen eventuele projectielen, - een gemakkelijke aanpassing aan een uitrusting,
- de gemakkelijke integratie in een uitrusting,
- omdat geen elementen overgezet moeten worden, tijdwinst, minder verspreiding van sporen en grassen (allergenen), een bescherming van de rug,
- plaatsbesparing voor het opbergen,
- het gebruik van recyclebare materialen.
Conclusies
1. Toestel voor het vullen van een zak met elementen die gedragen worden door een stroom gegenereerd door een uitrusting, waarbij dit toestel omvat: een stijve structuur (1), geassocieerd met de voornoemde uitrusting (T), die ingevoerd wordt in de zak en de voornoemde zak (8) ondersteunt, waarbij de voornoemde stijve structuur (1) het mogelijk maakt om het interne volume van de voornoemde zak te verdelen in een compartiment (4) bedoeld om te worden gevuld met de elementen en een compartiment (5) bedoeld om de lucht af te voeren die de elementen vervoert, met als kenmerk dat de voornoemde stijve structuur (1) ten minste twee panelen omvat die een gemeenschappelijke zijde hebben en onderling loodrecht zijn, namelijk een eerste paneel (2) voor de toevoer van een stroom lucht/elementen omvattende een opening (6) en waarop de zak (8) gedeeltelijk wordt bevestigd om het voornoemde vulvolume (4) te vormen, en een tweede paneel (3, 21) voor de afvoer van een luchtstroom dat wordt ingebracht in de zak (8) omvattende openingen (9) die zo zijn gevormd, dat ze de afvoer toelaten van de voornoemde luchtstroom van het vulvolume (4) in het afvoervolume (5) van de zak, terwijl de doorgang van elementen wordt verhinderd.
2. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat de zak (8) luchtdicht is.
3. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat het minstens één klep (10, 19, 20, 37, 38, 39) omvat dat de stroom lucht/elementen die in het vulvolume (4) binnenkomt, richt om de vulling van de luchtdichte zak (8) te optimaliseren.
4. Toestel volgens conclusie 3, met als kenmerk dat de voornoemde minstens één klep (49) zich aan weerskanten van minstens één paneel (3) kan uitstrekken, zodat een deel aan de binnenzijde van het vulvolume zit en een deel (50) aan de buitenzijde van het vulvolume.
5. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat het klopmiddelen (11, 12, 13, 14, 15) extern aan de zak omvat.
6. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat het klopmiddelen (32, 33, 481, 57, 58) omvat, volledig of een deel van een leiding (48, 55) met als functie het aanvoeren van de stroom lucht/elementen in de zak.
7. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het voornoemde eerste paneel (2) voor de toevoer van een stroom lucht/elementen zich in een verticaal vlak bevindt.
8. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het voornoemde tweede paneel (3, 36) voor de afvoer van een stroom lucht/elementen zich in een horizontaal of verticaal vlak bevindt.
9. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat de voornoemde minstens één klep (10, 19, 20, 37, 38, 39) bevestigd is op één of beide panelen (2, 3, 36) volgens de overlangse en/of dwarse as van de structuur (1), door een hoek te vormen met het paneel zodat de stroom lucht/elementen naar de bodem van de zak wordt gericht en waarbij deze hoek kleiner wordt naarmate de zak gevuld wordt.
10. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat het bijkomende panelen (16, 16') omvat die zich loodrecht uitstrekken op de eerste (2) en tweede (3, 36) panelen en een gemeenschappelijke zijde hebben met elk van de voornoemde eerste en tweede panelen.
11. Toestel volgens conclusie 10 met als kenmerk dat de voornoemde bijkomende panelen (16, 16') minstens één klep (19, 20) omvatten die de stroom lucht/elementen stuurt.
12. Toestel volgens conclusie 10 met als kenmerk dat elk bijkomend paneel (16, 16') een tweede parallel paneel (17, 17') omvat zodat die een V of een U vormt waarvan de top zich aan de zijde van het afvoervolume (5) bevindt om afvoerkanalen (18, 18') voor de luchtstroom te vormen.
13. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat de middelen voor de bevestiging van de zak op de structuur een kraag (7) hebben aan de rand van het ingangspaneel (2) van de stroom lucht/elementen waarop de boord van de zak wordt aangebracht.
14. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het voornoemde paneel (2) voor de ingang van de stroom lucht/elementen verschillende kleppen bevat, waarbij de kleppen (38) die zich in het bovendeel van het voornoemde paneel bevinden naar de binnenzijde van de zak en naar boven gericht zijn, en de kleppen (39) die zich in het onderste deel van voornoemd paneel bevinden naar de binnenzijde en naar beneden gericht zijn.
15. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat de voornoemde elementen plantaardig afval zijn of vruchten of sneeuw of zand.
16. Toestel volgens conclusie 1, met als kenmerk dat het middelen (41) omvat om de luchtstroom die uit het afvoervolume gaat, naar de grond te leiden om de projectie van deeltjes die nog aanwezig zijn in voornoemde luchtstroom te vermijden, of om vervuiling van de omgeving met het niet-gefilterde residu te vermijden.
17. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het middelen (41) omvat om de luchtstroom die uit het afvoervolume komt, te geleiden zodat de voornoemde stroom aangezogen, hergebruikt wordt in de snijkamer (45) van een uitrusting.
18. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het middelen (51) omvat om twee types van standen aan te nemen ten opzichte van een uitrusting waarop het gemonteerd is: een gebruiksstand, waarbij voornoemd tweede paneel zich in een horizontaal vlak bevindt en een stand die zowel een opbergstand is als en een stand waarmee een zak op het toestel geïnstalleerd kan worden, waarbij het voornoemde tweede paneel zich dan weer in een horizontaal vlak bevindt na een rotatie van bij benadering + of - 180°, dat wil zeggen dat hij omgekeerd is ten opzichte van zijn gebruiksstand, waarbij de exacte draaihoek afhankelijk is van de vorm van de motor die dienst doet als stuit.
19. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat het bovendien een beschermpaneel (46) omvat dat zich onder een zak (47) bevindt om deze te beschermen tegen scheuren.
20. Toestel volgens één van de conclusies 18 en 19, met als kenmerk dat wanneer voornoemd toestel in de opbergstand geplaatst wordt, het beschermpaneel (46) om een horizontale as (52) kan draaien, ter afsluiting van een leiding (48) die de uitgaande stroom lucht/elementen uit een snijkamer (45) in voornoemd toestel leidt, om de toegang tot de bladen van de snijkamer (45) te beschermen en zo in alle veiligheid een omkering in de opbergstand mogelijk te maken.
21. Toestel volgens conclusie 1 met als kenmerk dat voornoemde uitrusting een grasmaaier of een ontginningsmaaier of een maaimachine of een scarificator of een hakselaar of een stofzuiger of een vruchtencollector is.
22. Grasmaaier omvattende een dragend chassis (21) voorzien van een aandrijvingsmotor (22), twee voorwielen (23), twee achterwielen (24) en een centraal snijcarter (25) waarin ten minste twee draaiende bladen gemonteerd zijn rond een as (27) die loodrecht op de grond staat, waarbij ten minste één van voornoemde bladen een stroom van lucht en afval genereert die radiaal wordt afgevoerd onder invloed van een middelpuntvliedende kracht in de richting van een uitgangsopening (28) met als kenmerk dat het bovendien omvat, een toestel voor het vullen van een zak met plantaardig afval dat gedragen wordt door een stroom gegenereerd door een grasmaaier omvattende een stijve structuur (1), geassocieerd met de voornoemde uitrusting (T), die ingevoerd wordt in de zak en de voornoemde zak (8) ondersteunt, waarbij de voornoemde stijve structuur (1) het mogelijk maakt om het interne volume van de voornoemde zak te verdelen in een compartiment (4) bedoeld om te worden gevuld met het plantaardig afval, en een compartiment (5) bedoeld om de lucht af te voeren die het plantaardig afval vervoert, waarbij dit toestel dichtbij de uitgangsopening (28) gemonteerd is, met als kenmerk dat de voornoemde stijve structuur (1) ten minste twee panelen omvat die een gemeenschappelijke zijde hebben en onderling loodrecht zijn, namelijk een eerste paneel (2) voor de toevoer van een stroom lucht/elementen omvattende een opening (6) en waarop de zak (8) gedeeltelijk wordt bevestigd om het voornoemde vulvolume (4) te vormen, en een tweede paneel (3, 21) voor de afvoer van een luchtstroom dat wordt ingebracht in de zak (8) omvattende openingen (9) die zo gevormd zijn, dat ze de afvoer toelaten van de voornoemde luchtstroom van het vulvolume (4) in het afvoervolume (5) van de zak, terwijl de doorgang van elementen verhinderd wordt.

